Dit is een groot onderwerp waar ik niet in een keer kan uitleggen hoe het allemaal zit. Ik ben dus genoodzaakt dit op te spitsen in:
Aandrijvings systeem,
Stuur systeem, Rem Systeem en
Het frame.
Deze onderwerpen zal ik ook nog spitsen in kleinere deel onderwerpen.
Aandrijvings systeem
Het aandrijving systeem is het systeem dat de kart in beweging brengt. De meeste verstaan daaronder "motor" maar het is meer dan dat. Het aandrijving systeem bestaat naast de motor ook uit gas pedaal, uitlaat, koppeling, starter en dan worden er zo nog een paar genoemd. Al deze genoemde delen van een kart zijn ervoor nodig zodat de kart een richting op gaat.
terug
Starter:
Een starter is een kastje waar een touw aan zit. Zodra men aan dat touw een stevige rukt geeft springt de motor aan. Hoe werkt dat nou? Het touwtje is opgerold aan een stang en zodra men eraan trekt gaat de stang draaien. Deze draai beweging wordt naar de motor geleid waardoor deze verder draait. Er bestaan ook elektrische starters. Deze worden dan door knopdruk gestart. Zodra men de knop heeft gedrukt, gaat er stroom naar een elektro motor (tegendeel van een dynamo) en deze draaiing die de motor maakt word ervoor gebruikt om weer de cilinders in beweging te krijgen.
terug
Motor:
De motor van een kart werkt hetzelfde als een motor van een normale auto. Er zijn een aantal cilinders die zo zijn bevestigd aan een stang dat ze bij een draaiing op en neer gaan. De starter heeft voor het eerste de stang aan het draaien gebracht, nu moet de motor de stang aan het draaien houden. De cilinders bewegen niet zomaar in het niks, daarvoor zijn er kleine holle ruimtes waarin ze op en neer kunnen bewegen. Zodra de cilinder naar beneden gaat zuigt het benzine naar binnen en lucht. Zodra de ruimte weer kleiner wordt kan de lucht en de benzine niet meer ontsnappen, omdat deze wegen automatisch dicht gaan. Deze gassen worden steeds meer op elkaar geperst totdat ze op het hoogste punt middels een bougie worden ontstoken en exploderen. Dat geeft weer genoeg kracht om de cilinder naar beneden te drukken en het geheel gaat opnieuw tot zijn gang. Zo werkt een motor.
Benzinepomp:
De benzinepomp ontvangt benzine uit de tanken regelt hoeveel benzine er nou naar de carburateur gaat. Er gaan altijd kleine hoeveelheden naar de carburateur en dat gaat de benzine pomp precies regelen.
terug
Carburateur:
De carburateur ontvangt het benzine van de benzine pomp en mengt die met lucht. Vanaf hier wordt het mengsel gevaarlijk en word naar de motor zelf toegestuurd nog kan het mengsel niet exploderen.
Bougie:
De bougie geeft de vonk zodra het explosieve mengsel op elkaar is geperst zoals al bij de motor is beschreven. Dit geeft een knal en de cilinder schuift terug.
terug
Luchtfilter:
De lucht die bij het mengsel hoort dat bij de carburateur beschreven staat kan niet zomaar uit het niets komen. Daarvoor is er een soort luchtgat. Maar omdat er ook vuiligheden in de lucht rondzwerven, zit daar een luchtfilter voor. Zo een luchtfilter verlengt dan de levensduur van je motor.
terug
Uitlaat:
De afvalstoffen die bij die explosie ontstaan moeten ook weg. Dat gaat via de uitlaat zoals bij een auto.

Draai-assen:
De beweging moet naar het wiel gebracht worden. Via draai-assen en het frame gaat de roterende beweging naar de wielen.
terug
De banden:
De banden van een kart zijn anders dan die van een auto. Kart banden hebben namelijk geen profiel (behalve bij regen). Deze banden worden slicks genoemd. Autobanden hebben wel profiel omdat deze eraan moeten voldoen voor de verkeersveiligheid. Bij het karten gaat het maar om het snel rijden en zonder profiel gaat dat beter wegens minder wielweerstand. Banden met zacht rubber kunnen beter en sneller door bochten rijden omdat het zachte rubber meer grip geeft op de kartbaan. Banden met hard rubber zijn juist geschikt voor banen met lange stukjes en minder bochten. Banden met hard rubber kunnen sneller dan banden met zacht rubber.
terug
Welke richting een kart op gaat wordt bepaalt door het stuursysteem. Maar voordat de wielen van richting veranderen moet duidelijk zijn hoe de richting verandert en hoe sterk.
terug
as bestuuring:
Als je het stuur een rotatie geeft in de verticale lijn dan word er draaiend een kracht uit geoefend. Deze wordt weer in een links/rechts beweging omgezet door aan het einde van een roterende stang een langer stuk metaal in de horizontale lijn. Dit stuk metaal trekt een ander stuk metaal naar zich toe of stoot het van zich af. Aan deze lat zit het wiel zo bevestigd zodat het wiel schuin geschoven/getrokken wordt. resultaat:de kart rijd een andere kant op.
Het remsysteem is er om de kart te kunnen stoppen. Natuurlijk zou van het gas af gaan ook helpen maar als je gevaar loopt tegen een muur of een andere kart op te rijden moet je remmen.
Remschijven:
De remschijven zijn schijven uit karbonfaser. Karbonfaser is een stevige koolstofverbinding. Een remschijf drukt zich op een andere schrijf die aan het wiel is bevestigd. Als deze platen tegen elkaar komen wordt door de wrijvingskracht van de 2 platen het wiel langzamer. De karbonschijf heeft een druk naar de andere schijf. Door op de rem te trappen laat je de spanning van het touw los die tussen rem pedaal en de karbonschijf zit. Daardoor klapt de schijf op de andere. Laat je de rem los word het rempedaal weer naar voren geduwd en de schijf weer eraf getrokken.
Het frame is dat waarop de kart is gebouwd. Als het ontbreekt is het precies hetzelfde als dat je lichaam geen botten meer had. Op dit frame kunnen nog handige dingen geschroefd worden naast de motor benzine tank enz. Het zijn aan elkaar gelaste metalen stangen die in een bepaalde opstelling aan elkaar zijn gelast.
Buizen
Een kartframe is een netwerk van vele metalen buizen. Deze Buizen zijn zo opgebouwd dat het 1 aërodynamisch is en 2 dat het stabiel is. Aërodynamisch betekent dat het weinig luchtweerstand met zich meebrengt. Het geheel gaat al iets sneller door de vorm van het frame. Stabiel moet het frame ook zijn omdat je niet in een race er gewoon even door je kart heen zakt. Er zijn 2 manieren voor kartframes: eentje gemaakt van slappe buizen die goed geschrikt is in combinatie met zachte banden en een frame gemaakt van harde buizen en dus goed gebruikbaar is met harde banden. De zachtheid van een buis wordt bepaald hoeveel millimeter de doorsnee is. Meestal word 32 mm gebruikt als pijp doorsnee maar het kan 25 mm tot en met 34 mm dik zijn.
terug
Overig:
Alles wat niet bij het andere past heb ik maar onder overig gedaan.
terug
Bumpers:
Bumpers worden vooral bij het indoorkarting gebruikt omdat er toch vaker botsingen gebeuren dan buiten. Het is er gewoon om een kart, specifiek het frame, te beschermen.
Klik dubbel op animatie om deze af te spelen
terug
Stoel:
Zonder stoel zou men niet kunnen zitten, dus zoiets mag ook niet op het frame ontbreken.
terug
Al deze informatie is van Jan Philipp