Kartbaan Huizen

Voor ons sectorwerkstuk hebben wij een kartbaan opgezocht om daar een paar vragen te kunnen stellen over hoe het er allemaal aan toe gaat op zo’n kartbaan. Voor dat we daar heen gingen hebben we daar een enquête voor gemaakt. Verder hebben we veel foto’s gemaakt en er is zelfs gefilmd. Verder zijn we er ook achter gekomen hoe het is om te karten, dat was erg leuk.
Ik vind de kartbaan in Huizen er erg mooi uitzien en het is in 2 delen verdeeld wat het mogelijk maakt om dus op de ene baan te racen of op de andere of zelf alle 2 aan elkaar gebonden, dus een extra groot circuit! Verder zien de karts er erg mooi uit vooral de nieuwe, daar hebben we een paar foto’s van gemaakt en die kun je dus zelf zien.
Interview
We zijn voor ons sectorwerkstuk afgereisd naar Huizen om een interview af te nemen met Marc. Marc is een belangrijk persoon op de kartbaan van Huizen. Hij regelt veel en heeft er veel verstand van. We hebben hem een van tevoren in elkaar gemaakte enquête gegeven en die heeft hij voor ons ingevuld. Daarnaast hebben we ook nog andere dingen gevraagd en daar heb ik natuurlijk aantekeningen van gemaakt.
Enquête Naam: Marc Leeftijd: 31
|
1. Waarom werk je hier? 8. Zo nee, zou je wel willen racen |
|||
hier een link naar de foto's die wij in Huizen heben gemaakt
10 Rijtips
Met alleen gasgeven win je nooit een wedstrijd. Goed remmen, op tijd en op de juiste punten, is heel belangrijk. Een kart moet rollen. Driften is leuk, maar je gaat er niet harder door. Je moet vooruit om als eerste over de streep te komen. En het allerbelangrijkste is de ideale lijn.
Tip 1: Ideale lijn
De ideale lijn is de vloeiendste weg van start naar finish. Door die lijn te volgen, houden we de meeste snelheid in de kart.
Tip 2: Van buiten naar binnen
De meeste bochten (rechts en links) kun je het beste helemaal aan de buitenkant beginnen tenzij het gat door ’n mede courreur wordt benut om binnendoor te duiken, natuurlijk. Stuur in en zorg dat je op de helft (bij vloeiende bochten) tot driekwart (bij scherpe bochten) van de bocht aan de binnenkant zit. Dit is het zogeheten clipping-point. Laat de kart vandaar vloeiend naar buiten drijven om geheel aan de buitenkant uit te komen.
Tip 3: Twee bochten achter elkaar
Tip 2 wordt anders als er na de eerste bocht direct nummer twee volgt. In dat geval spreken we van een bochten combinatie. In een combinatie moet je doorgaans de eerste bocht enigszins opofferen om de tweede zo hard mogelijk door te kunnen gaan. In dat geval de eerste bocht zó nemen dat je niet helemaal aan de buitenkant uitkomt, maar de ruimte overhoudt om de tweede bocht goed in te kunnen sturen.
Tip 4: Ingaan van de bocht
Goed remmen voor een bocht is het allerbelangrijkste. Want wie ene bocht te hard ingaat, komt er te langzaam uit. Snelheid verminderen doen we door het gaspedaal los te laten en de rem stevig in te trappen. Daarbij kun je de kart ‘zetten’. Daarmee wordt bedoeld: de achterkant n meer of mindere mate om te gooien. Daardoor ontstaat vertragende wrijving over de banden. Mooie bijkomstigheid is dat je de neus van de kart hierbij meteen in de goede richting kunt zetten.
Tip 5: Uitkomen van de bocht
Je wint de meeste tijd door een bocht zo hard mogelijk uit te komen. Dat kan door de bocht juist niet te hard in te gaan. Dan namelijk moet je in de bocht corrigeren door te remmen en teveel te sturen. Daarmee verlies je tienden van seconden. Zorg dat vanaf het clipping-point de kart vrijwel recht staat en je nauwelijks nog hoeft te sturen. Als je dan nog een keer van het gas af moet, heb je de bocht niet goed genomen.
Tip 6: Zetten of niet
Hoe vloeiender de bocht, des te minder hoeven we de kart te ‘zetten’ en/of te laten glijden. Probeer de kart in snelle bochten zoveel mogelijk te laten rollen. Zonder dat daarbij dwarswerkende wrijving over de banden ontstaat. Bij een krappe, langzame bocht (bijvoorbeeld een hairpin) die met hogesnelheid wordt benaderd, moet je juist gebruik maken van de afremmende wrijving die ontstaat door de kart dwars te gooien.
Tip 7: Let op de ondergrond
Hoe meer grip een baan heeft, des te vloeiender moet je de bochten rijden, anders wringt de kart teveel en verlies je snelheid. Op een baan met gladde ondergrond kun je met gooien en smijten juist tijd winnen. Uiteraard mits je dat gecontroleerd doet.
Tip 8: Remmen
Remmen is een zeer belangrijk onderdeel van het bochtenwerk. Je hoeft niet altijd het gas volledig los te laten. In sommige situaties (met name in net-niet volgas bochten) volstaat het om even bij te remmen en het gas op de plank te houden. Er zijn ook situaties waarin je de snelheid kunt verminderen door het gas los te laten en de achterkant van de kart om te gooien zonder daarbij de rem te gebruiken.
Tip 9: Regenrijden
Op een natte baan heb je minder grip. Dus je moet eerder remmen en behoedzamer op het gas gaan. Want je kunt gewoon minder hard. Ook de te rijden ideale lijn kan in sommige gevallen anders zijn. Op de ‘droge’ lijn ligt vaak een rubberlaagje dat nog eens extra glad wordt bij regen. Door aan de buitenkant van die lijn te rijden, heb je meer grip. Daar komt bij dat je minder scherp moet sturen als je de bocht buitenom rijdt. Daardoor wringt en glijdt de kart ook minder. Deze techniek gaat met name op voor vloeiende bochten. Bij bijvoorbeeld een haakse bocht of ’n chicane is de snelste weg vaak gewoon de normale iedeale lijn. Het hangt van de hoeveelheid regen en de baan af hoe de regenlijnen precies lopen. Hoe droger het wordt, hoe meer je weer richting de droge lijn gaat.
Tip 10: Trainen & testen
De beste tip die er is, is om veel te rijden. In wedstrijden leer je veel. Maar ook de voorbereiding is van groot belang. Trainen en testen is de beste basis om tijdens de race goed uit de verf te komen.
Al deze informatie is van Milco